Beroepscode

Waarom een beroepscode relatiebemiddeling?

De beroepscode van de BVSK geeft bindende richtlijnen omtrent de gedragingen van de beroepsgenoten. Medewerkers van BVSK-bureaus gaan immers met zeer privacygevoelige informatie van hun cliënten om. Erkenning van onderstaande beroepscode levert een belangrijke bijdrage aan de kwaliteitsontwikkeling van het beroep. Immers, op heldere wijze wordt naar de eigen collega’s en cliënten gecommuniceerd wat men kan verwachten en wat niet.

Algemeen

  1. Dienstverlening aan de cliënt is voor het BVSK-bureau uit hoofde van diens functie de primaire verplichting.
  2. Het BVSK-bureau bewaart het zwijgen over hetgeen in verband met de uitoefening van diens functie bekend wordt, tenzij volgens eigen inzicht het constateren van ernstige misstanden het bureau tot spreken verplicht.
  3. Tegenover diegenen die uit hoofde van een ander beroep bemoeiing hebben met de cliënt, toont het BVSK-bureau begrip voor de eigen aard en waarde van dat beroep.
  4. Het BVSK-bureau streeft er naar diens functie zo deskundig mogelijk te vervullen en de aangeboden mogelijkheden in het kader van bijscholing, in de vorm van lezingen, te benutten.
  5. Het BVSK-bureau vermijdt datgene, waardoor het aanzien van de relatiebemiddeling wordt geschaad.

Verhouding tot cliënt

  1. De houding t.o.v. de cliënt is gebaseerd op respect voor de persoon en zijn wensen en de erkenning van zijn verantwoordelijkheid voor eigen keuze en handelen.
  2. Het BVSK-bureau verleent binnen diens doelstelling diensten aan de cliënt, rekening houdend met de selectie-criteria voor de partnerkeuze van de cliënt.
  3. Het BVSK-bureau toont binnen de doelstelling jegens iedere cliënt gelijke bereidheid tot dienstverlening.
  4. Het BVSK-bureau maakt de cliënt duidelijk, op welke wijze en in welke vorm binnen de doelstelling en het beleid diensten kunnen worden verleend.
  5. Indien het BVSK-bureau meent zich te moeten onthouden van de gevraagde dienstverlening, motiveert het dit tegenover de cliënt.
  6. Bij al hetgeen de dienstverlening raakt, handelt het BVSK-bureau met medewerking van of in overleg met de cliënt.
  7. Het BVSK-bureau verzamelt omtrent de persoon en de omstandigheden van de cliënt slechts gegevens voor zover deze van belang zijn voor de dienstverlening, echter niet zonder schriftelijke toestemming van de cliënt.
  8. Krachtens diens positie als vertrouwenspersoon is het BVSK-bureau verplicht tot geheimhouding van alles wat uit hoofde van diens functie m.b.t. de individuele cliënt is bekend geworden.
  9. Indien een cliënt het BVSK-bureau schriftelijk toestemming geeft de plicht tot geheimhouding op te heffen zal het BVSK-bureau zich van geval tot geval dienen af te vragen in hoeverre het van deze ontheffing gebruik kan maken.
  10. Indien ter wille van de dienstverlening samengewerkt wordt met anderen, verstrekt het BVSK-bureau die anderen deze gegevens voor zover die van belang zijn voor de dienstverlening, echter niet zonder schriftelijke toestemming van de cliënt.
  11. Het is in beginsel een medewerker of eigenaar van een BVSK-bureau verboden relaties anders dan op zakelijk of platonisch vlak met cliënten aan te gaan.

Verhouding tot collega’s

  1. De houding van het BVSK-bureau tegenover collega-bureaus is gebaseerd op solidariteit, welke past onder branchegenoten.
  2. Het BVSK-bureau is tot een dusdanige samenwerking met andere BVSK-bureaus bereid als het belang van de cliënt vereist en de beroepscode toelaat.
  3. Het BVSK-bureau is bereid eigen inzicht en beroepservaring ten dienste te stellen van collega-bureaus en eveneens om eigen opvattingen te toetsen aan die van collega-bureaus.
  4. Het BVSK-bureau dat gegronde reden heeft om aan te nemen, dat het belang van een cliënt en/of het aanzien van het beroep ernstig wordt geschaad door een collega-bureau, maakt, indien in collegiaal overleg geen oplossing gevonden kan worden, diens bezwaren aanhangig bij de BVSK.